Klimaattechniek voor melkveebedrijven
Een goed stalklimaat vraagt om meer dan het plaatsen van enkele ventilatoren. Luchtverversing, luchtbeweging, verdampingskoeling en automatische regeling moeten samen zorgen voor een comfortabele en beheersbare omgeving.
Van Winkoop & Zn. adviseert, ontwerpt en installeert complete klimaatsystemen voor melkvee, jongvee en kalveren. Van ventilatoren en slangventilatie tot hogedrukverneveling en volledig automatische klimaatregeling.
Wij bekijken de stal als geheel en zorgen dat de lucht daadwerkelijk terechtkomt waar de dieren zich bevinden.
Een goed stalklimaat
Een stal kan warm aanvoelen, muf ruiken of op bepaalde plaatsen onvoldoende luchtbeweging hebben. Deze klachten kunnen dezelfde oorzaak lijken te hebben, maar vragen niet altijd om dezelfde oplossing.
Binnen een goed klimaatplan maken we daarom onderscheid tussen vier onderdelen.
1. Luchtverversing
Bij luchtverversing wordt gebruikte stallucht afgevoerd en vervangen door verse buitenlucht. Daarmee worden warmte, vocht en vervuilde lucht uit de stal verwijderd.
2. Luchtbeweging op dierniveau
Luchtbeweging langs de koe helpt het dier lichaamswarmte af te geven. Het gaat daarbij niet alleen om hoeveel lucht een ventilator verplaatst, maar vooral om de luchtsnelheid die werkelijk bij de dieren aankomt.
3. Actieve verkoeling
Wanneer luchtbeweging alleen onvoldoende is, kan met water extra worden gekoeld. Bij hogedrukverneveling verdampen zeer fijne waterdruppels in de bewegende lucht. Tijdens deze verdamping wordt warmte aan de stallucht onttrokken.
4. Automatische regeling
Een klimaatcomputer stemt de werking af op temperatuur, luchtvochtigheid en eventueel de Temperature Humidity Index, oftewel THI. Daardoor worden ventilatoren en verneveling niet alleen in- en uitgeschakeld, maar geleidelijk aangepast aan de omstandigheden.
Ventilatie betekent technisch gezien het verversen van lucht. Snelle luchtbeweging langs het dier heeft daarnaast een afzonderlijke koelende functie. Beide onderdelen zijn nodig om een compleet klimaatplan te maken.
Waarom hittestress vroeg aandacht vraagt
Hoogproductieve melkkoeien produceren door voervertering en melkproductie veel lichaamswarmte. Bij oplopende temperatuur en luchtvochtigheid wordt het steeds moeilijker om deze warmte kwijt te raken.
Wij adviseren bij hoogproductieve koeien rond 18 °C al rekening te houden met toenemende warmtebelasting en extra luchtcirculatie in te zetten. Niet alleen de temperatuur, maar ook de relatieve luchtvochtigheid bepaalt hoe zwaar de omstandigheden voor het dier zijn.
Mogelijke signalen van hittestress zijn:
- Sneller ademen;
- Meer staan en minder liggen;
- Dieren die zich ophopen bij open zijwanden of ventilatoren;
- Zoeken naar gekoelde plaatsen;
- Minder voeropname;
- Onrust bij het voerhek of in de wachtruimte;
- Meer wateropname;
- Afnemende herkauwactiviteit;
- Dalende melkproductie;
- Onvoldoende herstel tijdens de nachten.
Wacht daarom niet tot koeien zichtbaar hijgen. Een klimaatsysteem werkt het beste wanneer de luchtbeweging al wordt opgebouwd voordat de zwaarste warmtebelasting ontstaat.
Niet iedere ventilator lost hetzelfde probleem op
Een grote luchtcapaciteit op het typeplaatje zegt nog niet hoeveel verkoeling de koe ervaart.
De werking wordt onder andere bepaald door:
- Het type ventilator;
- De diameter en luchtbundel;
- De montagehoogte;
- De afstand tussen de ventilatoren;
- De hellingshoek;
- De stalbreedte en -hoogte;
- Spanten, muren en andere obstakels;
- Openingen in zijgevel en nok;
- De ligging van ligboxen en voergangen;
- De natuurlijke windrichting;
- De positie van de dieren;
- De regeling en het toerental.
Daarom plaatsen wij ventilatoren niet volgens één standaardafstand. We maken een plan op basis van de stal en de plaatsen waar luchtbeweging nodig is.
Meten op de plaats van het dier
Het doel is niet alleen voelbare wind onder de ventilator. De luchtbeweging moet ook tussen de ventilatoren en ter hoogte van liggende en staande koeien voldoende blijven.
Daarom beoordelen we onder andere:
- Luchtsnelheid op koehoogte;
- Bereik en breedte van de luchtstroom;
- Donkere of stilstaande luchtzones;
- Luchtbeweging boven de ligboxen;
- Luchtbeweging bij het voerhek;
- Overgang tussen verschillende ventilatoren;
- Invloed van deuren, gordijnen en zijwanden.
Een ventilator die veel lucht verplaatst maar de liggende koe niet bereikt, levert op de belangrijkste rustplaats onvoldoende resultaat.
Onze oplossingen voor stalklimaat
Dwarsventilatie
Bij dwarsventilatie wordt de lucht over de breedte van de stal verplaatst. Afhankelijk van de stal kan dit gebeuren met ventilatoren in of langs een zijgevel, aangevuld met ventilatoren die de luchtstroom ondersteunen.
Dwarsventilatie kan interessant zijn wanneer:
- Natuurlijke wind onvoldoende door de stal komt;
- Warmte en vocht blijven hangen;
- De stal hoog is;
- Ammoniaklucht of muffe lucht onvoldoende wordt afgevoerd;
- Gelijkmatige luchtbeweging over meerdere rijen nodig is;
- Zowel zomerkoeling als luchtkwaliteit aandacht vragen.
De positie van luchttoevoer en luchtafvoer moet goed op elkaar worden afgestemd. Wanneer lucht alleen wordt rondgeblazen zonder de stal te verlaten, ontstaat wel beweging maar onvoldoende verversing.
Lengteventilatie
Bij lengteventilatie wordt lucht in de lengterichting door de stal gestuurd. Ventilatoren worden zo geplaatst dat aansluitende luchtstromen ontstaan.
Deze oplossing kan geschikt zijn voor:
- langgerekte lage melkveestallen;
- wachtruimtes;
- stallen met gunstige openingen aan de kopgevels.
Ook bij lengteventilatie moet worden beoordeeld of alle dierplaatsen worden bereikt. Een krachtige luchtstroom door de voergang betekent niet automatisch dat voldoende lucht over de ligboxen stroomt.
Ventilatie in lage stallen
In bestaande stallen is soms onvoldoende hoogte beschikbaar voor grote ventilatoren. Daar kunnen compactere ventilatoren, zoals de Abbi-Apex, uitkomst bieden.
Deze ventilatoren kunnen onder andere worden toegepast:
- In lage stallen;
- Rond melkrobots;
- In wachtruimtes;
- In technische en behandelruimtes;
- In bestaande gebouwen met beperkte montagehoogte.
Ventilatie in melk- en robotruimtes
In een melk- of robotruimte komen dieren, apparatuur, vocht en warmte samen. Wanneer onvoldoende verse lucht wordt aangevoerd, kan de ruimte snel muf en warm aanvoelen.
Gerichte ventilatie kan helpen bij:
- Aanvoer van verse lucht;
- Afvoer van warmte en vocht;
- Luchtbeweging langs de koe;
- Vermindering van vliegenoverlast;
- Een aangenamer klimaat rond de melkrobot;
- Verbetering van het werkklimaat.
Slangventilatie voor kalveren en jongvee
Kalveren hebben verse lucht nodig, maar mogen niet in een koude of harde luchtstroom liggen. Slangventilatie maakt het mogelijk om buitenlucht gecontroleerd en gelijkmatig over een ruimte te verdelen.
De lucht wordt via berekende openingen in een luchtslang naar de gewenste plaatsen gebracht.
Slangventilatie kan bijdragen aan:
- Gelijkmatige aanvoer van verse lucht;
- Minder stilstaande en vochtige lucht;
- Ventilatie zonder harde luchtstroom op de dieren;
- Betere verdeling over meerdere hokken;
- Een stabieler stalklimaat;
- Gerichte luchttoevoer in bestaande gebouwen.
Iedere luchtslang is maatwerk
Een slang kan niet alleen op basis van de lengte van het gebouw worden besteld. Voor een goede werking zijn onder andere belangrijk:
- De afmetingen van de ruimte;
- Het aantal dieren;
- De benodigde luchthoeveelheid;
- Positie en hoogte van de slang;
- Aantal, diameter en richting van de openingen;
- Drukopbouw in de slang;
- Aanwezige luchttoevoer;
- Plekken waar de dieren liggen;
- Beschutting in de hokken.
Extra verkoeling met hogedrukverneveling
Wanneer luchtbeweging alleen onvoldoende verkoeling biedt, kan hogedrukverneveling worden toegevoegd.
Water wordt onder hoge druk door kleine nozzles geperst. Hierdoor ontstaan zeer fijne druppels. Wanneer deze druppels volledig in de lucht verdampen, wordt warmte aan de stallucht onttrokken.
Het doel is niet om koeien, vloeren of ligboxen nat te maken. Een goed ingestelde installatie herken je daarom niet aan zoveel mogelijk zichtbare mist, maar aan een hoge mate van verdamping.
Verneveling werkt alleen met voldoende ventilatie
De lucht moet nog vocht kunnen opnemen en de toegevoegde waterdamp moet worden afgevoerd. Bij onvoldoende luchtverversing kan de luchtvochtigheid stijgen zonder dat voldoende extra verkoeling ontstaat.
De juiste volgorde is:
- Warme en vochtige lucht moet de stal kunnen verlaten;
- Er moet voldoende luchtbeweging op dierniveau zijn;
- De nevel wordt in de bewegende lucht gebracht;
- De druppels krijgen voldoende tijd en afstand om te verdampen;
- De watergift wordt aangepast aan temperatuur en luchtvochtigheid.
Verdeel de nevel door de stal
Wij adviseren om de verneveling niet zonder verdere berekening uitsluitend op of direct voor een ventilator te monteren.
Door nozzles doordacht over de stal en verschillende klimaatgroepen te verdelen:
- Ontstaat meer verdampingsafstand;
- Kan de nevel gelijkmatiger worden verspreid;
- Kunnen specifieke zones afzonderlijk worden geregeld;
- Wordt overmatige watergift op één plaats voorkomen;
- Blijft de installatie beter af te stemmen op verschillende diergroepen;
- Kan worden voorkomen dat ligboxen, voer of vloeren nat worden.
De nozzles worden wel in of bij een bestaande luchtstroom geplaatst, maar de exacte positie wordt bepaald op basis van luchtbeweging, verdampingsruimte en stalindeling.
Verneveling zonder vochtproblemen
Hogedrukverneveling moet verkoelen zonder een klamme stal te creëren.
Daarom letten we op:
- Werkdruk en druppelgrootte;
- Aantal en capaciteit van de nozzles;
- Afstand tot koeien en oppervlakken;
- Luchtsnelheid;
- Verdeling over de stal;
- Temperatuur en relatieve luchtvochtigheid;
- Dauwpunt;
- Puls- en pauzetijden;
- Waterkwaliteit;
- Filtering;
- Plaatsing ten opzichte van voer, elektronica en ligboxen.
Druppels moeten verdampen voordat ze ligbedden of bedding bereiken.
Verneveling of soaken?
Bij soaken worden koeien met relatief grove druppels rechtstreeks natgemaakt. Bij hogedrukverneveling is het doel juist dat fijne druppels in de lucht verdampen.
Beide systemen kunnen koelen, maar hebben een ander effect op:
- Het gedrag van de koe;
- De verdeling van koeling;
- Het waterverbruik;
- Vocht op vloeren en ligbedden;
- Belasting van de waterinstallatie;
- Afvoer naar de mestkelder;
- Regeling en ventilatiebehoefte.
Van Winkoop & Zn. geeft in Nederlandse melkveestallen doorgaans de voorkeur aan goed verdeelde hogedrukverneveling. Daarmee kan de leefomgeving over meerdere zones worden gekoeld zonder koeien bewust doorweekt naar de ligbox te laten gaan.
Koeling op de plaatsen waar de koe verblijft
Een koe moet niet naar één specifieke plaats hoeven gaan om verkoeling te vinden. Daarom bekijken we verschillende zones afzonderlijk.
Boven de ligboxen
Luchtbeweging boven de ligboxen helpt om de rustplaats ook tijdens warm weer aantrekkelijk te houden. Dit is belangrijk omdat hittestress koeien al stimuleert om meer te staan en minder te liggen.
Aan het voerhek
Aan het voerhek is luchtbeweging belangrijk om de warmtebelasting tijdens het vreten te beperken. De koeling moet alleen niet uitsluitend hier worden geconcentreerd.
Bij de drinkbakken
Rond drinkbakken kan veel dierverkeer ontstaan. Goede luchtbeweging en voldoende ruimte helpen om deze zone comfortabel en bereikbaar te houden.
Rond melkrobots
Koeien komen meerdere keren per dag in de robotruimte. Warmte, muffe lucht en vliegen kunnen daar onrust veroorzaken.
In de wachtruimte
In een wachtruimte staan veel dieren dicht bij elkaar. Daardoor kan de warmtebelasting snel oplopen. Deze ruimte vraagt vaak om een hoge, gelijkmatig verdeelde luchtbeweging.
Bij droge koeien en hoogdrachtige dieren
Ook droogstaande en hoogdrachtige koeien verdienen bescherming tegen warmtebelasting. Hun zone dient daarom niet buiten het klimaatplan gehouden te worden.
Bij kalveren en jongvee
Jonge dieren vragen vooral om voldoende verse lucht zonder tocht. De oplossing verschilt daarom van de hoge luchtsnelheden die bij volwassen melkkoeien tijdens warm weer worden toegepast.
Automatische klimaatregeling
Een klimaatsysteem moet reageren voordat de omstandigheden uit de hand lopen. Daarom adviseren wij automatische regeling op basis van de gemeten omstandigheden in de stal.
Afhankelijk van het systeem kan een klimaatcomputer:
- Ventilatoren geleidelijk opregelen;
- Meerdere ventilatorgroepen afzonderlijk aansturen;
- Verneveling of soaken in pulsen inschakelen;
- De pulsduur aanpassen;
- Temperatuur en luchtvochtigheid bewaken;
- Regelen op basis van THI;
- Verschillende stalzones afzonderlijk bedienen;
- Actuele waarden en systeemstatus weergeven.
De DCC-Vision van Abbi-Aerotech kan ventilatoren, verneveling en soaken automatisch aansturen en kan afhankelijk van de configuratie regelen op de THI-index.
Geleidelijk regelen bespaart energie
Ventilatoren hoeven niet bij iedere temperatuur op vol vermogen te draaien. Door het toerental geleidelijk op te bouwen:
- Wordt vroeg begonnen met lichte luchtbeweging;
- Neemt de luchtsnelheid toe bij hogere warmtebelasting;
- Wordt alleen het benodigde vermogen gebruikt;
- Blijft het systeem rustiger werken;
Een goed regelschema wordt afgestemd op de stal, diergroep en aanwezige apparatuur. Instellingen van een ander bedrijf kunnen daarom niet zonder beoordeling worden overgenomen.
Energiezuinige ventilatoren
Ventilatoren kunnen tijdens warme perioden veel draaiuren maken. Het energieverbruik over de volledige gebruiksduur is daarom minstens zo belangrijk als alleen de aanschafprijs.
Bij de selectie kijken we onder andere naar:
- Luchtverplaatsing;
- Luchtsnelheid en bereik;
- Energiegebruik bij verschillende toerentallen;
- Regelbaarheid;
- Geluid;
- Motor- en aandrijftechniek;
- Onderhoudsbehoefte;
- Geschiktheid voor vochtige en stoffige omstandigheden;
- Beschikbaarheid van onderdelen.
De Abbifan 140-XXP-31 gebruikt een direct aangedreven permanentmagneetmotor met geïntegreerde elektronica voor nauwkeurige toerentalregeling. De Abbi-Apex is ontwikkeld als compactere oplossing voor lagere stallen.
De goedkoopste ventilator is niet altijd de voordeligste
Een ventilator met een lage aanschafprijs kan door een hoger stroomverbruik, beperkt bereik of meer onderhoud over de volledige levensduur duurder uitvallen.
Daarom vergelijken we niet alleen het motorvermogen, maar de verhouding tussen:
- Bereikte luchtbeweging;
- Opgenomen elektrisch vermogen;
- Aantal benodigde ventilatoren;
- Montage- en bekabelingskosten;
- Jaarlijkse draaiuren;
- Onderhoud en levensduur.
Klimaattechniek voor ieder seizoen
Klimaattechniek wordt vaak vooral met zomerse hitte verbonden. Toch speelt ventilatie het hele jaar een rol.
Zomer
De nadruk ligt op:
- Afvoer van warmte;
- Hoge luchtbeweging rond de dieren;
- Ondersteuning met verdampingskoeling;
- Koeling van lig-, vreet- en wachtruimtes.
Voorjaar en najaar
In deze perioden zijn buitentemperaturen gematigder, maar kunnen windstille omstandigheden leiden tot onvoldoende luchtverversing. Vocht en ammoniaklucht kunnen dan in de stal blijven hangen.
Winter
In de winter blijft verse lucht noodzakelijk, maar moet tocht op de dieren worden voorkomen. Het doel is niet om alle openingen dicht te zetten, maar om een beheersbare minimale luchtverversing te behouden.
Voor kalveren en jongvee is de verdeling van verse lucht in deze periode extra belangrijk. Slangventilatie kan helpen om koude buitenlucht eerst gecontroleerd met de stallucht te mengen.
Onderhoud van ventilatoren en verneveling
Vervuiling heeft direct invloed op de werking van een ventilator. Stof op beschermroosters, instroomopeningen en ventilatorbladen kan de luchtcapaciteit verlagen en het energieverbruik verhogen.
Onderhoud bestaat onder andere uit:
- Reinigen van ventilatorbladen;
- Reinigen van roosters en instroomopeningen;
- Controleren van bevestigingen en ophanging;
- Controleren van kabels en stekkerverbindingen;
- Testen van temperatuur- en vochtsensoren;
- Controleren van draairichting en toerental;
- Reinigen of vervangen van waterfilters;
- Controleren van nozzles;
- Testen op lekkages;
- Controleren van pompdruk;
- Controleren van klimaatinstellingen.
Controleer vóór de eerste warme periode
Wacht niet tot de eerste hete dag. Laat het systeem tijdig proefdraaien en controleer:
- Of alle ventilatoren starten;
- Of iedere groep correct regelt;
- Of sensoren realistische waarden aangeven;
- Of nozzles gelijkmatig vernevelen;
- Of voldoende waterdruk beschikbaar is;
- Of filters schoon zijn;
- Of ventilatorbladen vervuild zijn;
- Of de ingestelde temperatuurgrenzen nog passen;
- Of verbouwingen of nieuwe obstakels de luchtstroom beïnvloeden.
Klimaattechniek bij nieuwbouw, verbouw en renovatie
Nieuwbouw
Bij nieuwbouw kan het klimaatplan direct worden afgestemd op de stalconstructie.
We kijken onder andere naar:
- Ligging van de stal;
- Overheersende windrichting;
- Openingen in gevels en nok;
- Stalbreedte en -hoogte;
- Indeling van diergroepen;
- Positie van ligboxen en voerhek;
- Robot- en wachtruimte;
- Kabel- en waterleidingen;
- Montagepunten;
- Toekomstige uitbreiding.
Door klimaattechniek vroeg in het ontwerp mee te nemen, kunnen ventilatoren, elektriciteit, water en regeling logisch worden geïntegreerd.
Verbouw
Bij verbouw beoordelen we hoe nieuwe klimaatapparatuur kan worden gecombineerd met de bestaande stal en installatie.
Renovatie
Een bestaande ventilatie-installatie hoeft niet altijd volledig te worden vervangen.
Mogelijke verbeteringen zijn:
- Ventilatoren anders richten;
- Extra ventilatoren toevoegen;
- Slecht bereikte zones aanpakken;
- Ventilatorgroepen afzonderlijk regelen;
- Een klimaatcomputer toevoegen;
- Verouderde ventilatoren vervangen;
- Hogedrukverneveling toevoegen;
- Sensoren verplaatsen of vernieuwen;
- Instellingen aanpassen;
- Zijwandopeningen verbeteren.
We zoeken eerst waar de werkelijke beperking zit. Zo voorkomen we dat extra ventilatoren worden geplaatst terwijl bijvoorbeeld de luchttoevoer, opstelling of regeling het probleem veroorzaakt.
Zo werken wij
1. Inventarisatie
We bespreken de problemen die u ervaart, de diergroepen, de stalindeling en het huidige ventilatiesysteem.
2. Beoordeling van de stal
We bekijken onder andere luchttoevoer, luchtafvoer, obstakels, montagehoogtes, ligplaatsen, voerhek, wachtruimte en robotruimte.
3. Klimaatplan
We bepalen welke combinatie van luchtverversing, ventilatoren, slangventilatie, verneveling en regeling nodig is.
4. Technisch voorstel
U ontvangt een voorstel met de gekozen systemen, posities, groepen en manier van aansturen.
5. Levering en montage
Onze eigen installateurs verzorgen ventilatoren, bekabeling, leidingen, nozzles, pompen, sensoren en klimaatcomputer.
6. Instellen en controleren
Na montage worden de ventilatorgroepen en eventuele verneveling ingesteld. We controleren of het systeem logisch reageert op veranderende omstandigheden.
7. Uitleg en service
U ontvangt uitleg over de bediening en instellingen. Ook daarna blijven we beschikbaar voor onderhoud, uitbreiding en storingen.
Waarom Van Winkoop & Zn.
✔ Gespecialiseerd in melkveebedrijven
✔ Een compleet klimaatplan
✔ Dealer van Abbi-Aerotech
✔ Eigen installatietechniek
✔ Advies, levering en montage
✔ Oplossingen per stalzone
✔ Automatische regeling
✔ Service na oplevering
Is uw stal voorbereid op warme perioden
Blijft warmte in de stal hangen? Zijn er plaatsen waar nauwelijks luchtbeweging voelbaar is? Hebben koeien vooral bij het voerhek verkoeling of loopt de melkproductie tijdens warme perioden terug?
Van Winkoop & Zn. beoordeelt de complete situatie. We kijken naar luchttoevoer, luchtverversing, luchtsnelheid, dierplaatsen, verneveling en regeling.
Vervolgens ontwerpen en installeren we een klimaatsysteem dat past bij uw stal en bedrijfsvoering.
Adres
Jacob Catsstraat 31
3881 XL Putten
Openingstijden
Ma - Za: 7.30 - 19.30 uur
Zon en feestdagen: Gesloten
Sociale media