Hittestress vraagt om meer dan alleen een lagere staltemperatuur
Tijdens warme dagen staat een melkkoe op meerdere fronten onder druk. Ze probeert extra lichaamswarmte kwijt te raken door sneller te ademen, meer te staan en haar activiteit en voeropname aan te passen. Naarmate de warmtebelasting toeneemt, kunnen ook de melkproductie, vruchtbaarheid, stofwisseling en weerstand worden beïnvloed.
Vooral hoogproductieve melkkoeien zijn gevoelig, omdat de vertering van voer en de productie van melk veel lichaamswarmte opleveren. Wageningen University & Research adviseert daarom om bij hoogproductieve koeien rond 22 °C al rekening te houden met extra hittestress. Daarbij is niet alleen de temperatuur van belang, maar ook de relatieve luchtvochtigheid. Deze combinatie wordt vaak uitgedrukt in de Temperature Humidity Index, oftewel THI.
Een goede koelinstallatie moet daarom meer doen dan alleen de thermometer enkele graden laten dalen. Het systeem moet:
- de warmtebelasting van de koe aantoonbaar verlagen;
- voldoende voeropname en herkauwactiviteit ondersteunen;
- rust en liggedrag zo min mogelijk verstoren;
- geen onnodige extra belasting voor klauwen veroorzaken;
- ligboxen, vloeren en uiers zo droog mogelijk houden;
- voorkomen dat de luchtvochtigheid te ver oploopt.
Dat laatste is belangrijk, omdat hittestress niet alleen een productieprobleem is. Onderzoek laat zien dat langdurige warmtebelasting ook de immuunrespons kan beïnvloeden en de gevoeligheid voor gezondheidsproblemen kan vergroten. Juist wanneer de koe al onder druk staat, mag een koelsysteem geen nieuwe risico’s toevoegen.
"De beste koeling is niet het systeem dat het meeste water gebruikt, maar het systeem dat warmte effectief afvoert zonder het normale gedrag, de klauwen, de uiergezondheid en de ligboxhygiëne onnodig te belasten."
Wat is het verschil tussen soaken en vernevelen?
Soaken en hogedrukverneveling maken beide gebruik van water, maar het koelprincipe is fundamenteel anders.
Soaken: directe koeling van de koe
Bij soaken worden relatief grove waterdruppels op de rug en flanken van de koe gesproeid. Het doel is dat het water door de vacht heen de huid bereikt. Vervolgens moet het water onder invloed van luchtbeweging verdampen. Voor die verdamping is warmte nodig, die rechtstreeks aan het lichaam van de koe wordt onttrokken.
De koe wordt bij dit systeem dus bewust natgemaakt. WUR omschrijft soaken als directe koeling met grove druppels, doorgaans aan het voerhek en in combinatie met luchtcirculatie.
Hogedrukverneveling: indirecte koeling van de omgeving
Bij hogedrukverneveling wordt water onder hoge druk door kleine nozzles geperst. Hierdoor ontstaan zeer fijne druppels met een groot gezamenlijk verdampingsoppervlak.
Deze druppels moeten in de lucht verdampen voordat ze koeien, voer, vloeren of ligboxen bereiken. Tijdens de verdamping wordt warmte aan de lucht onttrokken. De koe wordt dus niet in de eerste plaats gekoeld doordat haar huid wordt natgemaakt, maar doordat de lucht rondom de koe koeler wordt.
WUR noemt dit indirecte koeling en benadrukt dat de nevel in een luchtstroom moet worden gebracht, zodat de druppels snel kunnen verdampen.
Soaken en vernevelen in één overzicht
| Onderwerp | Soaken | Hogedrukverneveling |
|---|---|---|
| Koelprincipe | Directe koeling van de natgemaakte koe | Indirecte koeling door verdamping in de stallucht |
| Druppelgrootte | Relatief grof | Zeer fijn |
| Gebruikelijke druk | Lage druk | Hoge druk >70 bar |
| Wordt de koe nat? | Ja, dit is onderdeel van het systeem | Bij een goed ontwerp niet of nauwelijks |
| Gebruikelijke locatie | Vooral boven het voerhek | Verdeeld door de stal |
| Invloed op gedrag | Trekt koeien naar de gekoelde plaats | Kan meerdere verblijfszones gelijktijdig koelen |
| Risico op natte vloeren | Aanwezig bij veel water of slechte afvoer | Beperkt bij volledige verdamping |
| Risico op natte ligboxen | Koeien kunnen vocht meenemen naar de box | Beperkt bij voldoende verdampingsafstand |
| Belangrijkste voorwaarde | Genoeg luchtsnelheid en droogtijd | Goede ventilatie, verdeling en vochtregeling |
| Risico bij verkeerde afstelling | Afstromend water, natte koeien en vloeren | Klamme lucht en neerslaande druppels |
| Regeling | Temperatuur, sproei- en droogcycli | Temperatuur, luchtvochtigheid en tijd |
Beide systemen kunnen dus effectief zijn. De vraag is niet alleen óf een systeem koelt, maar ook waar, hoe en met welke gevolgen voor het totale gebruik van de stal.
De voordelen van soaken
1. Krachtige directe koeling
Soaken kan veel warmte rechtstreeks aan het lichaam onttrekken. Voorwaarde is dat voldoende water de huid bereikt en dat dit water daarna daadwerkelijk verdampt.
Internationaal onderzoek laat zien dat een goed ingestelde combinatie van sproeien en ventileren de ademhalingsfrequentie en lichaamstemperatuur kan verlagen. De effectiviteit hangt sterk af van het waterdebiet, de sproeiduur, de pauzetijd en de luchtsnelheid langs de koe. Meer water gebruiken betekent daarbij niet automatisch meer verkoeling.
2. Een relatief eenvoudig koelprincipe
Een laagdrukinstallatie boven het voerhek is technisch vaak overzichtelijk. Het systeem kan in bestaande stallen relatief eenvoudig worden aangebracht, mits de watertoevoer, leidingdiameters, vloerafvoer en ventilatiecapaciteit voldoende zijn.
3. Koeien maken actief gebruik van soakers
Onderzoek laat zien dat koeien een duidelijke voorkeur kunnen ontwikkelen voor een voerhek waar sprinklers of soakers actief zijn. Zij zoeken de gekoelde plaats bewust op, vooral wanneer de warmtebelasting toeneemt.
Dat kan positief zijn voor de aanwezigheid van koeien bij het voer. Tegelijkertijd ontstaat hier een belangrijk aandachtspunt: koeien staan mogelijk niet alleen aan het voerhek om te vreten, maar ook om verkoeling te zoeken.
De nadelen en aandachtspunten van soaken
1. De koeling concentreert zich rond het voerhek
Wanneer de soakers alleen boven het voerhek hangen, ontstaat daar de aantrekkelijkste of enige gekoelde plaats in de stal. Koeien kunnen daardoor langere tijd bij het voerhek blijven staan, ook wanneer zij op dat moment niet actief vreten.
Dit betekent dat het koelsysteem invloed krijgt op de tijdverdeling van de koe. Het natuurlijke ritme bestaat niet alleen uit vreten en drinken, maar ook uit lopen, herkauwen en vooral voldoende rusten en liggen.
Een koe die verkoeling zoekt, zou in principe moeten kunnen kiezen tussen vreten, drinken en rusten. Wanneer de effectieve koeling uitsluitend aan het voerhek aanwezig is, wordt deze keuze beperkt.
2. Extra staan kan de klauwbelasting verhogen
Hittestress zorgt er op zichzelf al voor dat melkkoeien meer staan en minder liggen. Staand kan een koe meer lichaamsoppervlak aan de lucht blootstellen, waardoor zij gemakkelijker warmte afgeeft. Het nadeel is dat langdurig staan de belasting op de klauwen en ledematen verhoogt.
Onderzoek van Cook en collega’s laat zien dat warme omstandigheden een duidelijke invloed hebben op de tijd die koeien staand en liggend doorbrengen. De relatie tussen hittestress, verminderd liggedrag en klauwgezondheid verdient daarom nadrukkelijk aandacht.
Er is onvoldoende onderzoek om te stellen dat soaken op zichzelf rechtstreeks klauwproblemen veroorzaakt. Wel zien wij in de praktijk een relevante risicoketen:
hittestress stimuleert staan → de gekoelde voerhekzone trekt de koe aan → de koe blijft mogelijk langer op een harde vloer staan → de bestaande klauwbelasting neemt verder toe.
Hoe groot dit risico is, hangt onder andere af van:
- de kwaliteit en stroefheid van de vloer;
- bestaande klauwproblemen;
- de bezettingsgraad;
- de beschikbare voerhekruimte;
- het ligboxcomfort;
- de tijd die koeien in wachtruimten doorbrengen;
- de spreiding van koeling door de stal.
Soaken kan dus effectief koelen, maar moet zo worden ingezet dat het niet alleen een aantrekkelijkere staanplaats creëert.
3. Natte koeien kunnen vocht meenemen naar de ligbox
Na een sproeicyclus moet het water op de koe verdampen. Wanneer veel water wordt gebruikt, de droogtijd te kort is of de luchtsnelheid onvoldoende is, kan de vacht nog nat zijn wanneer de koe het voerhek verlaat.
Gaat de koe vervolgens in een ligbox liggen, dan wordt vocht vanuit de vacht naar het ligbed overgebracht. Hierdoor kan de boxbedekking overmatig vochtig worden.
Dat is vooral tijdens warme omstandigheden ongewenst. Warmte, vocht en organisch materiaal bieden gunstige omstandigheden voor de groei van omgevingsbacteriën. Onderzoek naar ligbedmaterialen laat bovendien zien dat de bedding een belangrijke bron van blootstelling van de speenpunten aan omgevingsgebonden mastitisverwekkers is.
Een natte koe in een ligbox betekent niet automatisch dat mastitis ontstaat. Het verhoogt echter wel de hoeveelheid vocht in een omgeving die juist zo droog en schoon mogelijk moet blijven.
4. Water kan richting buik, uier en spenen lopen
Bij een goed afgesteld soakersysteem moeten vooral de rug en bovenzijde van de koe worden natgemaakt. Bij een te hoog debiet, een verkeerde sproeirichting of onvoldoende droogcapaciteit kan water echter langs de flanken en buik naar beneden lopen.
Daarbij kan het water vuil en bacteriën vanaf de vacht meenemen. Wanneer vocht richting het uier en de speenpunten loopt, ontstaat een ongewenste hygiënische belasting.
De University of Minnesota adviseert daarom expliciet overmatig sproeien te voorkomen wanneer hierdoor water langs de koe naar het uier loopt. Ook moet worden voorkomen dat water of mist in ligboxen en bedding terechtkomt.
De risicoketen is als volgt:
te veel water → afstroming langs de koe → vocht en vervuiling richting het uier → natte koe gaat liggen → extra vocht en bacteriedruk rond de speenpunten.
Dit risico is vooral aanwezig wanneer:
- de soakers lang of vrijwel continu sproeien;
- grove stralen verkeerd zijn gericht;
- er te weinig ventilatie aanwezig is;
- de pauzetijd tussen sproeicycli te kort is;
- de vloer en ligboxen al relatief vochtig zijn.
5. Natte vloeren en extra mestvolume
Niet al het water dat bij soaken wordt gebruikt, verdampt. Een deel stroomt van de koe af of komt rechtstreeks op de vloer terecht. Dat water moet worden afgevoerd en komt doorgaans in de mestkelder of mestopslag terecht.
Bij onvoldoende afvoer kan plasvorming ontstaan. Natte vloeren kunnen gladder worden en vervuilen sneller.
Daarom moet bij de beoordeling van een soakersysteem niet alleen worden gekeken naar de aanschafprijs, maar ook naar:
- het waterverbruik;
- de capaciteit van de waterinstallatie;
- de afvoer van overtollig water;
- extra volume in de mestopslag;
- de invloed op vloerveiligheid;
- de benodigde ventilatiecapaciteit.
6. Meer water is niet hetzelfde als meer koeling
Koeien worden bij soaken vooral gekoeld tijdens de periode waarin het water op de huid verdampt. Continu sproeien kan veel water verbruiken zonder evenredig meer warmte af te voeren.
Onderzoek naar verschillende sproeiduren en debieten laat zien dat het koelresultaat niet onbeperkt toeneemt naarmate meer water wordt gebruikt. Sproeien en drogen moeten daarom zorgvuldig worden afgewisseld.
De voordelen van hogedrukverneveling
1. De leefomgeving van de koe wordt gekoeld
Een goed ontworpen vernevelingssysteem verlaagt de temperatuur van de lucht waarmee de koe in contact staat. Daardoor kan een groter deel van de stal worden gekoeld dan alleen de ruimte boven het voerhek.
De koe kan dan verkoeling ervaren:
- aan het voerhek;
- bij de drinkbak;
- in de loopgang;
- rond de melkrobot;
- in de wachtruimte;
- in en rondom de ligboxen.
Dit betekent niet dat de gehele stal overal exact dezelfde temperatuur krijgt. Wel kan de koeling zodanig worden verdeeld dat de koe minder afhankelijk wordt van één specifieke koelplaats.
2. Het normale dagritme wordt minder gestuurd
Een belangrijk voordeel van een goed verdeeld vernevelingssysteem is dat de koe niet naar één plek hoeft te gaan om verkoeling te vinden. Zij kan blijven vreten, drinken, lopen, herkauwen of rusten binnen een breder gekoeld gebied.
Dit ondersteunt de keuzevrijheid van het dier. Dat is relevant omdat warme omstandigheden het normale tijdsbudget van koeien al verstoren. Koeien gaan meer staan en liggen minder. Door ook boven of rond de ligboxen goede luchtbeweging en een lager warmteniveau te realiseren, wordt de rustplaats aantrekkelijker gehouden.
Vanuit onze praktijkervaring is dit een belangrijk verschil met een systeem waarbij de effectieve koeling hoofdzakelijk boven het voerhek aanwezig is.
3. De koe hoeft niet bewust te worden doorweekt
Bij correcte hogedrukverneveling verdampen de druppels in de lucht. Het doel is dus niet om de vacht nat te maken.
Hierdoor kunnen:
- uiers en spenen droger blijven;
- koeien droger de ligbox ingaan;
- ligbedden droger blijven;
- natte en gladde zones worden beperkt;
- voer en technische installaties tegen vocht worden beschermd.
Een goede vernevelingsinstallatie herken je daarom niet aan zoveel mogelijk zichtbare mist, maar aan een hoge mate van verdamping.
4. De nevel kan over meerdere zones worden verdeeld
Hogedrukverneveling kan in afzonderlijke groepen of secties worden aangelegd. Hierdoor kan de installatie worden afgestemd op de werkelijke warmtebelasting in verschillende delen van de stal.
Denk bijvoorbeeld aan:
- een zonnige zijgevel;
- de ligboxrijen;
- het voerhek;
- de robotruimte;
- de wachtruimte;
- een hoogproductieve groep;
- droge koeien en hoogdrachtige vaarzen.
Dit maakt het mogelijk om niet overal dezelfde hoeveelheid water toe te voegen, maar per zone te regelen wat nodig is.
5. Water kan gericht als koelmedium worden benut
Bij hogedrukverneveling wordt water verdeeld in zeer kleine druppels. Hierdoor ontstaat met een beperkte hoeveelheid water een groot verdampingsoppervlak.
Het daadwerkelijke waterverbruik hangt af van de stal, buitentemperatuur, luchtvochtigheid, nozzles, werkdruk en gekozen instellingen. Daarom kan niet algemeen worden gesteld dat iedere vernevelingsinstallatie automatisch weinig water gebruikt. Wel kan het water met een goed ontwerp zeer gericht worden ingezet, zonder dat grote hoeveelheden van koeien en vloeren hoeven af te stromen.
Verneveling werkt alleen als onderdeel van een ventilatieplan
Hogedrukverneveling is geen vervanging voor ventilatie. De twee systemen moeten elkaar aanvullen.
Voor verdamping moet de lucht nog extra vocht kunnen opnemen. Wanneer de luchtvochtigheid al hoog is, wordt de beschikbare verdampingsruimte kleiner. Het effect van verneveling neemt dan af.
Internationale literatuur over vochtige, gematigde klimaten waarschuwt dat verneveling in een onvoldoende geventileerde stal de relatieve luchtvochtigheid kan verhogen zonder voldoende extra koeling te realiseren. Daarom moeten luchtverversing, luchtbeweging, watergift en vochtregeling als één geheel worden ontworpen.
De juiste volgorde is:
- Zorg dat warme en vochtige lucht de stal kan verlaten.
- Realiseer voldoende luchtbeweging op koehoogte.
- Breng fijne nevel in de bewegende lucht.
- Geef de druppels genoeg tijd en afstand om te verdampen.
- Regel de watergift terug wanneer de lucht onvoldoende vocht kan opnemen.
"Een slecht geventileerde stal wordt niet opgelost door meer water toe te voegen."
Waarom de luchtvochtigheid en het dauwpunt belangrijk zijn
Relatieve luchtvochtigheid geeft aan hoeveel waterdamp de lucht bevat ten opzichte van de maximale hoeveelheid die de lucht bij die temperatuur kan bevatten.
Het dauwpunt is de temperatuur waarbij de lucht verzadigd raakt en waterdamp begint te condenseren. Een hoog dauwpunt betekent in de praktijk dat de lucht al veel vocht bevat en minder extra water kan opnemen.
Voor een goede regeling moet daarom niet alleen naar de staltemperatuur worden gekeken. Ook de luchtvochtigheid, het dauwpunt, de luchtverversing en de verdampingsafstand bepalen hoeveel water veilig kan worden toegevoegd.
Een klimaatcomputer met temperatuur- én vochtsensoren kan de verneveling in stappen of pulsen regelen en terugschakelen wanneer de omstandigheden minder geschikt worden. WUR adviseert eveneens om ventilatie en koeling op basis van THI aan te sturen.
Verdeel de nevel door de stal en niet uitsluitend over de ventilatoren
Hogedruknozzles worden regelmatig rechtstreeks op een ventilator of ventilatorring gemonteerd. Dit kan in bepaalde stalsituaties goed functioneren, omdat de druppels direct in een krachtige luchtstroom terechtkomen.
Toch is montage op iedere ventilator niet automatisch de beste oplossing voor een complete melkveestal. Wanneer de volledige watergift rond enkele ventilatoren wordt geconcentreerd, kan plaatselijk veel vocht worden toegevoegd. De verdeling wordt dan sterk afhankelijk van de ventilatorpositie, uitblaasrichting, worplengte en obstakels in de stal.
Onze voorkeur gaat daarom uit naar een afzonderlijk en goed verdeeld leidingnet met nozzles, waarbij de nevel op strategische plaatsen in de aanwezige luchtstromen wordt ingebracht.
Het uitgangspunt is:
Plaats de nozzles in de luchtstroming, maar verdeel ze onafhankelijk en gelijkmatig over de stal.
Daarmee kan:
- de nevel eerder in de luchtstroom worden gebracht;
- meer afstand en tijd voor verdamping worden gecreëerd;
- de watergift over meer punten worden verdeeld;
- plaatselijke vochtpieken worden beperkt;
- per stalzone een andere regeling worden gebruikt;
- beter worden ingespeeld op de werkelijke luchtstroming.
WUR noemt de luchtstroom van een ventilator als een geschikte plaats voor de nozzles. Onderzoek naar geïntegreerde hogedrukverneveling beschrijft daarnaast systemen waarbij nozzles verdeeld op hoogte in het gebouw worden aangebracht, zodat de fijne druppels door de luchtstromen worden meegenomen en tijdens hun route verdampen.
Het gaat dus niet om de simpele keuze “wel of niet bij een ventilator”, maar om de vraag hoe de nevel zo gelijkmatig mogelijk in voldoende bewegende lucht wordt verdeeld.
Koel ook de rustplaatsen, wachtruimte en kwetsbare diergroepen
Een goed klimaatplan kijkt naar de volledige route en het volledige dagritme van de koe.
Ligboxen
Wanneer alleen het voerhek wordt gekoeld en de ligboxen warm en windstil blijven, is het logisch dat koeien minder snel gaan liggen. Luchtbeweging op de rustplaats is daarom minstens zo belangrijk als luchtbeweging bij het voer.
Controleer de luchtstroom niet alleen staand in de loopgang. Beoordeel deze ook op de hoogte van een liggende koe.
Wachtruimte en melkstal
In een wachtruimte staan veel koeien dicht bij elkaar. Hierdoor neemt de warmteproductie per vierkante meter toe en kan de lucht minder goed langs individuele dieren bewegen. De wachtruimte verdient daarom een eigen ventilatie- en koelstrategie.
Melkrobots en selectieruimten
Rond melkrobots en selectiepoorten kunnen koeien langer blijven staan. Ook kunnen technische ruimten en beperkte plafondhoogtes plaatselijk warme en stilstaande zones veroorzaken. Deze plekken moeten bij een stalbeoordeling afzonderlijk worden meegenomen.
Droge koeien
Niet alleen lacterende koeien hebben baat bij koeling. Onderzoek laat zien dat warmtebelasting tijdens de droogstand gevolgen kan hebben voor de immuunfunctie, uierontwikkeling en prestaties in de volgende lactatie.
Een klimaatplan dat alleen de hoogproductieve groep koelt, is daarom niet volledig.
Hoe herken je een goed werkende vernevelingsinstallatie?
Een goede installatie moet niet uitsluitend op basis van een temperatuursensor worden beoordeeld.
Technische signalen
- De druppels zijn zeer fijn.
- De nevel wordt gelijkmatig door de luchtstroom meegenomen.
- Er ontstaan geen natte plekken onder de nozzles.
- Ligboxen, vloeren en voer blijven droog.
- De stal voelt koeler, maar niet onnodig klam.
- De pomp levert de vereiste druk.
- Nozzles sproeien gelijkmatig en zijn niet verstopt.
- Het systeem regelt terug bij een hogere luchtvochtigheid.
Signalen aan de koe
- De ademhalingsfrequentie neemt af.
- Minder koeien hijgen met open bek of gestrekte hals.
- Koeien blijven door de stal verspreid.
- Er ontstaat geen overmatige ophoping op één gekoelde plaats.
- De voeropname blijft beter op peil.
- Koeien blijven herkauwen.
- Koeien maken normaal gebruik van de ligboxen.
- De vacht en het uier blijven droog.
De ademhalingsfrequentie reageert doorgaans sneller op warmtebelasting dan de melkproductie. Een daling van de melkgift kan pas later zichtbaar worden. Daarom zijn koesignalen, gedrag en ademhaling belangrijke hulpmiddelen om de werking van een klimaatsysteem te beoordelen.
Onderhoud bepaalt de kwaliteit van de nevel
Een hogedrukinstallatie kan alleen fijne, goed verdampende druppels produceren wanneer de technische installatie in goede conditie is.
Belangrijke onderhoudspunten zijn:
- voldoende en passende waterfiltratie;
- controle van filters en filterdruk;
- controle van nozzles op verstopping en slijtage;
- controle van de werkdruk;
- doorspoelen van leidingen;
- controleren op lekkages;
- reinigen of vervangen van vervuilde nozzles;
- controle en kalibratie van temperatuur- en vochtsensoren;
- winterklaar maken van pomp en leidingen;
- een volledige controle vóór de eerste warme periode.
Bij onvoldoende druk worden de druppels grover. Deze verdampen minder snel en kunnen vervolgens op voer, koeien of ligboxen neerslaan.
Soaken of vernevelen: wat is de beste keuze?
Soaken is een bewezen methode om melkkoeien rechtstreeks te koelen. Wanneer de koe voldoende wordt natgemaakt en daarna met krachtige luchtbeweging wordt gedroogd, kan veel lichaamswarmte worden afgevoerd.
De methode heeft echter duidelijke aandachtspunten:
- de koe wordt bewust natgemaakt;
- de koeling concentreert zich vaak aan het voerhek;
- koeien kunnen daar langer blijven staan;
- overtollig water kan richting uier en spenen lopen;
- natte koeien kunnen vocht meenemen naar de ligbox;
- vloeren en mestopslag kunnen extra worden belast;
- sproei- en droogcycli moeten nauwkeurig worden ingesteld.
Hogedrukverneveling stelt hogere eisen aan ontwerp, waterkwaliteit, ventilatie en regeling. Een slecht aangelegd systeem kan leiden tot een hoge luchtvochtigheid en neerslaande druppels.
Wanneer het systeem echter goed wordt ontworpen, biedt het belangrijke voordelen:
- de stallucht wordt gekoeld;
- de koeling kan over meerdere verblijfszones worden verdeeld;
- de koe hoeft niet naar één koelplaats te worden gestuurd;
- koeien en ligboxen kunnen droog blijven;
- verschillende diergroepen en stalzones kunnen apart worden geregeld;
- het natuurlijke ritme wordt minder verstoord;
- water kan gericht en gecontroleerd worden ingezet.
Onze voorkeur voor Nederlandse melkveestallen
Voor veel Nederlandse ligboxenstallen gaat onze voorkeur uit naar een integraal systeem van:
- voldoende luchtverversing;
- gerichte luchtbeweging op koehoogte;
- gelijkmatig verdeelde hogedrukverneveling;
- automatische regeling op temperatuur en luchtvochtigheid.
Niet omdat soaken nooit kan werken, maar omdat goed ontworpen verneveling in veel situaties een bredere vorm van koeling mogelijk maakt zonder de koe als onderdeel van het koelprincipe doorweekt te maken.
Dat sluit beter aan bij het doel om:
- het dagritme van de koe te behouden;
- rust en liggedrag te ondersteunen;
- klauwbelasting niet verder te verhogen;
- ligboxen en uiers droog te houden;
- ophoping bij het voerhek te beperken;
- het totale stalklimaat te verbeteren..
Conclusie: koeling moet problemen oplossen, niet verplaatsen
Zowel soaken als hogedrukverneveling kan bijdragen aan het verminderen van hittestress. Het directe koeleffect is echter niet het enige criterium waarop een systeem moet worden beoordeeld.
Soaken kan krachtig koelen, maar maakt de koe bewust nat en stuurt haar vaak naar het voerhek. Wanneer koeien daar langdurig blijven staan, kan de bestaande klauwbelasting tijdens warme omstandigheden verder toenemen. Bij te veel water of onvoldoende droogtijd kunnen bovendien vloeren, uiers en ligboxen vochtiger worden.
Hogedrukverneveling koelt de lucht waarin de koe verblijft. Door de nozzles goed over de stal te verdelen en de nevel in de luchtstroming te brengen, kan een groter deel van de leefomgeving worden gekoeld. De koe hoeft dan minder sterk naar één specifieke plaats te worden gestuurd en kan haar normale ritme beter behouden.
De voorwaarde is dat verneveling altijd onderdeel is van een compleet ventilatieplan. De druppels moeten fijn zijn, voldoende tijd krijgen om te verdampen en automatisch worden geregeld op basis van temperatuur en luchtvochtigheid.
"Goede koeling verlaagt niet alleen de temperatuur. Goede koeling ondersteunt de koe bij vreten, drinken, rusten en herkauwen, terwijl klauwen, uiers en ligplaatsen zo droog mogelijk blijven."
Advies over ventilatie en hogedrukverneveling
Geen enkele melkveestal is hetzelfde. De juiste oplossing hangt af van de afmetingen van de stal, de openingen in de gevels, de positie en capaciteit van ventilatoren, de stalindeling, de bezetting en het gedrag van de koeien tijdens warme dagen.
Van Winkoop & Zn. beoordeelt daarom het complete stalklimaat. Wij kijken onder andere naar:
- luchtverversing en luchtstromen;
- luchtsnelheid op koehoogte;
- warme en windstille zones;
- ligboxen, voerhek en drinkplaatsen;
- melkrobots en wachtruimten;
- staltemperatuur en relatieve luchtvochtigheid;
- de verdeling en positie van de nozzles;
- de mogelijkheden voor automatische klimaatregeling.
Op basis daarvan ontwerpen en realiseren wij een compleet klimaatsysteem met ventilatie, gelijkmatig verdeelde hogedrukverneveling en automatische aansturing.
Wilt u weten waar in uw stal de grootste winst te behalen is? Laat Van Winkoop & Zn. de ventilatie, luchtstroming en mogelijkheden voor hogedrukverneveling beoordelen.