Noodstroomvoorzieningen voor agrarische bedrijven
Melkrobots, waterpompen, ventilatoren, melkkoeling en andere belangrijke bedrijfsinstallaties zijn afhankelijk van elektriciteit. Bij een stroomstoring moet daarom vooraf duidelijk zijn welke processen moeten blijven functioneren en hoe snel de noodstroom beschikbaar moet zijn.
Van Winkoop & Zn. adviseert, levert en installeert complete noodstroomvoorzieningen voor melkveebedrijven en andere agrarische ondernemingen.
Van aftakasaggregaat tot volledig automatisch noodstroomsysteem: wij berekenen het benodigde vermogen, bouwen de installatie op maat en verzorgen de veilige aansluiting op uw elektrische installatie.
Wat gebeurt er op uw bedrijf als de stroom uitvalt?
Een stroomstoring kan onverwacht ontstaan en enkele minuten, maar ook meerdere uren duren. De gevolgen verschillen per bedrijf en per moment van de dag.
Mogelijke gevolgen zijn:
- Melkrobots of de melkstal vallen stil;
- De vacuümpomp kan niet starten;
- Melkkoeling stopt;
- Waterpompen leveren geen water;
- Ventilatoren en klimaatregelingen vallen uit;
- Voer- en mestinstallaties zijn niet beschikbaar;
- Elektrische deuren en hekwerken functioneren niet;
- Verlichting valt uit;
- Boilers kunnen geen nieuw water opwarmen;
- Computers, internetverbindingen en regeltechniek vallen weg.
Niet iedere installatie hoeft onder alle omstandigheden gelijktijdig te draaien. Daarom begint een goed noodstroomplan met de vraag:
Welke processen moeten direct beschikbaar blijven, welke mogen later worden ingeschakeld en welke kunnen tijdens de storing tijdelijk uitblijven?
Een noodstroomplan in plaats van alleen een aggregaat
Een aggregaat met voldoende vermogen is belangrijk, maar vormt slechts één onderdeel van de complete noodstroomvoorziening.
Een goed systeem bestaat uit een samenhangend geheel van:
- Een passend aggregaat;
- Een veilige net-aggregaatomschakeling;
- Geschikte kabels en aansluitingen;
- Beveiligingen;
- Een duidelijke bedieningsprocedure;
- Verdeling van essentiële en niet-essentiële gebruikers;
- Startvolgorde van grote motoren;
- Voldoende brandstof;
- Periodiek onderhoud;
- Regelmatig testen onder belasting.
Wij bekijken daarom de complete elektrische installatie en niet alleen het vermogen dat de aggregaat kan leveren.
Welk vermogen heeft uw aggregaat nodig?
Het benodigde vermogen wordt niet bepaald door uitsluitend alle vermogens op de typeplaatjes bij elkaar op te tellen.
Wij brengen eerst in kaart:
- Welke installaties tijdens een storing moeten blijven draaien;
- Welke installaties gelijktijdig actief kunnen zijn;
- Welke motoren grote aanloopstromen hebben;
- In welke volgorde installaties starten;
- Welke elektronische apparatuur gevoelig is voor spannings- of frequentiedalingen;
- Welk vermogen in de toekomst wordt toegevoegd;
- Of het hele bedrijf of alleen een noodstroombord wordt gevoed.
Fabrikanten van industriële aggregaten gebruiken hiervoor uitgebreide berekeningen waarin onder andere belastingstappen, motorstarts, spanning, frequentie en toelaatbare spanningsdaling worden meegenomen.
Een elektromotor vraagt tijdens normaal bedrijf een bepaald vermogen. Tijdens het starten kan de elektrische belasting tijdelijk veel hoger zijn.
Dit speelt onder andere bij:
- Waterpompen;
- Vacuümpompen;
- Compressoren;
- Ventilatoren;
- Koelinstallaties;
- Mestpompen en mixers;
- Vijzels en voersystemen.
Een aggregaat dat de motor tijdens normaal bedrijf gemakkelijk kan voeden, kan tijdens het starten toch een sterke spannings- of frequentiedaling krijgen. Daardoor kan de motor niet goed op gang komen of kunnen andere aangesloten installaties uitvallen.
De startmethode speelt hierbij ook een rol. Een directe motorstart, frequentieregelaar of softstarter geeft niet dezelfde belasting aan de aggregaat.
Het is vaak niet nodig om alle gebruikers gelijktijdig in te schakelen.
Een mogelijke startvolgorde is bijvoorbeeld:
- Water- en besturingsinstallaties;
- Melkstal of melkrobots;
- Vacuüm- en compressortechniek;
- Melkkoeling;
- Ventilatie;
- Overige stalinstallaties;
- Minder belangrijke gebruikers.
Door zware motoren na elkaar te starten, kan de tijdelijke piekbelasting worden beperkt. De juiste volgorde is bedrijfsspecifiek en wordt afgestemd op de technische processen.
Het verschil tussen kW en kVA
Aggregaten worden vaak aangeduid in kVA, terwijl elektrische apparaten regelmatig in kW worden weergegeven.
kW geeft het werkelijk gebruikte actieve vermogen aan.
kVA is het schijnbare vermogen en houdt ook rekening met de stroom die nodig is door de arbeidsfactor, oftewel power factor, van aangesloten apparatuur.
De verhouding tussen kW en kVA wordt bepaald door deze arbeidsfactor. Bij veel driefasenaggregaten wordt voor de nominale aanduiding gerekend met een arbeidsfactor van 0,8, maar de werkelijke belasting van het bedrijf moet afzonderlijk worden beoordeeld. Daarom adviseren wij om een aggregaat niet uitsluitend op basis van één globale kW-naar-kVA-omrekening te selecteren.
Het hele bedrijf of alleen essentiële installaties?
Er zijn grofweg twee manieren om een noodstroomvoorziening op te bouwen.
Het volledige bedrijf voeden
De aggregaat wordt aangesloten op de hoofdinstallatie en kan in beginsel alle gebruikers voeden.
Dit biedt veel flexibiliteit, maar vraagt meestal:
- Een grotere aggregaat;
- Een zwaardere omschakelinrichting;
- Meer brandstof;
- Zorgvuldige bewaking van gelijktijdige belasting;
- Afspraken over welke installaties wel en niet tegelijk mogen draaien.
Ook bij een systeem voor het volledige bedrijf kan het verstandig zijn bepaalde zware of niet-noodzakelijke gebruikers tijdens netuitval automatisch of handmatig uit te schakelen.
Alleen essentiële groepen voeden
Belangrijke installaties worden ondergebracht op een afzonderlijke verdeelinrichting of een duidelijk geselecteerd noodstroomgedeelte.
Denk bijvoorbeeld aan:
- Melkrobots of melkstal;
- Waterpompen;
- Melkkoeling;
- Noodzakelijke verlichting;
- Besturing en dataverbindingen;
- Kritische ventilatie;
- Een beperkt aantal wandcontactdozen.
Hierdoor kan soms met een kleiner aggregaat worden gewerkt. Ook wordt de kans kleiner dat een minder belangrijke verbruiker onbedoeld de beschikbare noodstroomcapaciteit overschrijdt.
Lastafschakeling
Bij automatische systemen kan loadmanagement worden toegepast. Wanneer de beschikbare capaciteit wordt bereikt, worden minder belangrijke gebruikers tijdelijk geblokkeerd of later ingeschakeld.
Dit kan interessant zijn bij:
- Elektrische boilers;
- Mestmixers;
- Grote ventilatorgroepen;
- Laadvoorzieningen;
- Elektrische verwarming;
- Andere zware gebruikers die niet onmiddellijk noodzakelijk zijn.
Aftakasaggregaten
Een aftakasaggregaat wordt mechanisch aangedreven door een tractor. Het is een veelgebruikte noodstroomoplossing op agrarische bedrijven waar een geschikte tractor beschikbaar is.
Mogelijke voordelen
- Gebruik van een bestaande tractor;
- Relatief overzichtelijke technische opbouw;
- Hoge vermogens mogelijk;
- De aggregaat kan eventueel op meerdere locaties worden ingezet;
- Vaak een lagere investering dan een compleet automatische dieselaggregaat;
- Geen afzonderlijke aggregaatmotor die onderhouden moet worden.
Aandachtspunten
- Een geschikte tractor moet altijd beschikbaar zijn;
- Iemand moet aanwezig zijn om het systeem op te bouwen en te starten;
- De tractor kan tijdens de stroomstoring niet voor ander werk worden gebruikt;
- Het beschikbare tractorvermogen moet voldoende zijn;
- Het juiste aftakastoerental moet nauwkeurig worden aangehouden;
- De aggregaat en de tractor moeten veilig en stabiel worden opgesteld;
- Uitlaatgassen, warmte en geluid vragen aandacht;
- De gebruiker moet weten in welke volgorde het systeem wordt aangesloten en belast.
Hoeveel tractorvermogen is nodig?
Het benodigde tractorvermogen wordt bepaald door:
- Het elektrische aggregaatvermogen;
- Het verwachte belastingsniveau;
- Het rendement van aggregaat en aandrijving;
- Tijdelijke piekbelasting;
- Omstandigheden waaronder de tractor werkt.
Een tractor die theoretisch net voldoende vermogen heeft, kan moeite krijgen bij grote belastingstappen. Daarom wordt naast het nominale vermogen ook naar praktische vermogensreserve en toerentalstabiliteit gekeken.
Handmatige bediening
Een aftakassysteem wordt normaal gesproken handmatig bediend:
- Aggregaat veilig opstellen;
- Tractor koppelen;
- Installatie van het openbare net scheiden;
- Aggregaat starten en op de juiste spanning en frequentie brengen;
- Installatie op aggregaatvoeding schakelen;
- Belangrijke belastingen stapsgewijs inschakelen.
Deze procedure moet vooraf duidelijk zijn en periodiek worden geoefend.
Zelfstandige aggregaten
Een zelfstandig aggregaat heeft een eigen verbrandingsmotor en is daardoor niet afhankelijk van een tractor.
De aggregaat kan vast worden opgesteld of als mobiele unit worden uitgevoerd.
Mogelijke voordelen
- Geen tractor nodig;
- Sneller beschikbaar;
- Handmatig of automatisch te starten;
- Geschikt voor langere stroomstoringen;
- Vaste opstelling mogelijk;
- Leverbaar met geluidsarme omkasting;
- Brandstofvoorraad kan op de gewenste bedrijfsduur worden afgestemd;
- Automatische bewaking en storingsmeldingen zijn mogelijk.
Aandachtspunten
- Hogere investering dan bij een eenvoudig aftakassysteem;
- Onderhoud van motor, startaccu en brandstofsysteem;
- Vaste ruimte nodig voor opstelling en service;
- Voldoende koellucht en veilige afvoer van uitlaatgassen;
- Brandstof moet beschikbaar en bruikbaar blijven;
- Periodieke proefstarts en belastingstesten zijn noodzakelijk.
Handmatig zelfstandig aggregaat
Bij een handmatige uitvoering start de gebruiker het aggregaat zelf en bedient hij de omschakeling.
Dit kan passend zijn wanneer:
- Tijdens een storing meestal iemand aanwezig is;
- Een korte onderbreking acceptabel is;
- De investering beperkt moet blijven;
- De bedrijfsprocessen gecontroleerd kunnen worden opgestart.
Automatisch zelfstandig aggregaat
Een automatisch systeem bewaakt de netspanning. Bij netuitval geeft de regeling een startsignaal aan het aggregaat. Zodra spanning en frequentie stabiel zijn, schakelt de omschakelinrichting de geselecteerde belasting over.
Na herstel van het openbare net schakelt het systeem terug. Het aggregaat kan daarna nog een ingestelde afkoelperiode doorlopen voordat het stopt. Automatische uitvoering kan passend zijn wanneer:
- Niet altijd iemand op het bedrijf aanwezig is;
- Water, ventilatie of andere processen snel moeten herstellen;
- Melkrobots continu beschikbaar moeten blijven;
- Korte reactietijd belangrijk is;
- Een handmatige opstartprocedure te veel risico geeft.
Automatisch betekent niet onderhoudsvrij. Het systeem moet periodiek worden getest om te controleren of aggregaat, omschakeling en aangesloten belasting gezamenlijk functioneren.
Handmatige of automatische omschakeling
Een noodstroomvoorziening moet voorkomen dat de aggregaat en het openbare elektriciteitsnet gelijktijdig ongecontroleerd met elkaar worden verbonden.
Daarvoor wordt een mechanisch en elektrisch geschikte omschakelinrichting geplaatst.
Handmatige net-aggregaat omschakelaar
Bij een handmatige omschakelaar bedient de gebruiker zelf de overgang van netvoeding naar aggregaat voeding.
Voordelen:
- Eenvoudige en overzichtelijke werking;
- Geschikt voor aftakasaggregaten;
- Relatief beperkte technische complexiteit;
- Gebruiker houdt controle over het inschakelmoment.
Aandachtspunten:
- Iemand moet aanwezig zijn;
- De procedure moet bekend zijn;
- De uitvaltijd is langer;
- Installaties moeten gecontroleerd worden opgestart.
Automatische omschakelinrichting
Een Automatic Transfer Switch, of ATS, detecteert de uitval van de normale voeding en kan het aggregaat automatisch laten starten en de belasting overschakelen.
De omschakelinrichting moet worden afgestemd op:
- Spanning en fasen;
- Maximale bedrijfsstroom;
- Aggregaatvermogen;
- Aardings- en nulsysteem;
- Beveiligingen;
- Kortsluitniveau;
- Gewenste vertragingen;
- Geselecteerde noodstroombelastingen;
- Toekomstige uitbreiding.
Een correct geplaatste transfer switch voorkomt dat de generator onbedoeld met de normale netvoeding wordt verbonden.
Een aggregaat levert niet op hetzelfde moment stroom als waarop de netspanning verdwijnt.
Bij een automatisch systeem zijn onder andere tijd nodig voor:
- Vaststellen dat sprake is van werkelijke netuitval;
- Starten van de motor;
- Opbouwen van motortoerental;
- Stabiliseren van spanning en frequentie;
- Omschakelen van de belasting;
- Opnieuw starten van aangesloten apparatuur.
Voor veel stalinstallaties is een korte onderbreking aanvaardbaar. Computers, netwerkapparatuur, regelcomputers of gevoelige elektronica kunnen echter al bij een veel kortere onderbreking uitvallen.
UPS of batterij als overbrugging
Een UPS of geschikt energieopslagsysteem kan worden gebruikt om geselecteerde apparatuur tijdens de starttijd van het aggregaat te overbruggen.
Denk bijvoorbeeld aan:
- Computers;
- Routers en netwerkapparatuur;
- Klimaatcomputers;
- Beveiligingssystemen;
- Regel- en communicatietechniek.
Een kleine UPS is niet bedoeld om langdurig zware pompen, boilers of de volledige melkstal te voeden.
Bij grotere energieopslagsystemen kan noodstroom onderdeel zijn van een bredere energieoplossing. De geschiktheid hangt af van het omvormervermogen, de batterijcapaciteit, de omschakeltijd en de mogelijkheid om zonder openbaar net een stabiel eilandnet te vormen.
Brandstof en gewenste draaitijd
Bij een zelfstandig aggregaat moet voldoende brandstof beschikbaar zijn voor de gewenste bedrijfsduur.
De benodigde voorraad hangt af van:
- Aggregaatvermogen;
- Werkelijk belastingspercentage;
- Motortype;
- Aantal draaiuren;
- Buitentemperatuur;
- Onderhoudstoestand;
- Gewenste veiligheidsmarge.
Wij bespreken vooraf:
- Hoeveel uur het bedrijf zelfstandig moet kunnen functioneren;
- Of tussentijds tanken mogelijk is;
- Waar brandstof veilig kan worden opgeslagen;
- Hoe het niveau wordt gecontroleerd;
- Of een grotere dag- of basistank nodig is;
- Hoe oude brandstof en vervuiling worden voorkomen.
Brandstofverbruik is niet constant
Een aggregaat dat licht wordt belast gebruikt minder brandstof dan bij volledige belasting. Toch is langdurig zeer licht belasten van een dieselaggregaat niet altijd gunstig.
Daarom moet de aggregaat grootte niet onnodig ruim worden gekozen. Het systeem moet grote belastingen kunnen starten, maar tijdens normaal noodstroombedrijf ook een zinvolle belasting hebben.
Brandstofvoorraad periodiek controleren
Controleer onder andere:
- Brandstofniveau;
- Leeftijd en kwaliteit van de brandstof;
- Aanwezigheid van water of vervuiling;
- Filters;
- Lekkages;
- Afsluiters;
- Mogelijkheden om tijdens langdurige uitval bij te vullen.
Plaatsing van een zelfstandig aggregaat
De locatie heeft invloed op veiligheid, geluid, koeling, onderhoud en kabellengte.
We beoordelen onder andere:
- Voldoende aanvoer van koellucht;
- Vrije afvoer van warme lucht;
- Veilige afvoer van uitlaatgassen;
- Afstand tot luchtinlaten, ramen en deuren;
- Bereikbaarheid voor onderhoud;
- Bereikbaarheid voor brandstoflevering;
- Bescherming tegen water en aanrijding;
- Geluid richting woning en omgeving;
- Stevige en vlakke fundatie;
- Afstand tot hoofdverdeler en omschakelkast;
- Ruimte voor latere vervanging.
Fabrikanten benadrukken dat luchtinlaat en luchtuitlaat niet mogen worden geblokkeerd, uitlaatgassen niet in gebruikte ruimtes mogen terechtkomen en voldoende ruimte voor service beschikbaar moet blijven. De exacte plaatsing moet worden afgestemd op het gekozen toestel en de lokaal geldende eisen.
Van Winkoop & Zn. verzorgt niet alleen het aggregaat, maar ook de koppeling met de bestaande elektrische installatie.
Wij kunnen onder andere verzorgen:
- Inventarisatie van de hoofd- en onderverdeelinrichtingen;
- Bepalen van de kritische groepen;
- Plaatsen van een handmatige omschakelaar;
- Plaatsen en programmeren van een automatische omschakelinrichting;
- Aanleg van kabels tussen aggregaat en verdeelkast;
- Aanpassing of vervanging van verdeelkasten;
- Beveiligingen;
- Aansluitpunten voor een mobiel aggregaat;
- Loadmanagement;
- Signalering en storingsmeldingen;
- Testen en inbedrijfstelling;
- Duidelijke aanduiding en bedieningsinstructies.
Aansluitpunt voor een mobiele aggregaat
Ook wanneer nog geen vast aggregaat wordt geplaatst, kan het verstandig zijn om de elektrische installatie alvast voor te bereiden.
Mogelijke voorbereidingen zijn:
- Vaste net-aggregaatomschakelaar;
- Veilig en goed bereikbaar aggregaataansluitpunt;
- Passende stekkerverbinding;
- Kabelroute naar de hoofdverdeler;
- Duidelijke fase- en draairichtingcontrole;
- Instructie voor het inschakelen;
- Markering van groepen die tijdens noodstroom mogen worden gebruikt.
Hiermee wordt voorkomen dat tijdens een storing onder tijdsdruk een tijdelijke of onveilige aansluiting moet worden gemaakt.
Fasevolgorde en draairichting
Bij driefaseninstallaties kan een verkeerde fasevolgorde ertoe leiden dat elektromotoren de verkeerde kant op draaien.
Dit kan gevolgen hebben voor onder andere:
- Pompen;
- Ventilatoren;
- Vijzels;
- Mestmixers;
- Compressoren;
- Vacuümpompen.
Daarom controleren we tijdens de inbedrijfstelling:
- Fasespanning;
- Frequentie;
- Fasevolgorde;
- Draairichting van belangrijke motoren;
- Werking van beveiligingen;
- Belasting per fase.
Ook na gebruik van een andere tractor, kabel of mobiel aggregaat moet worden voorkomen dat de fasevolgorde ongemerkt verandert.
Spanningskwaliteit en gevoelige apparatuur
Moderne melkveebedrijven bevatten steeds meer elektronica, frequentieregelaars en geautomatiseerde apparatuur.
Deze installaties kunnen gevoelig zijn voor:
- Te lage of te hoge spanning;
- Afwijkende frequentie;
- Snelle spanningsdalingen bij motorstart;
- Harmonische vervorming;
- Ongelijke belasting van de fasen;
- Onderbrekingen tijdens omschakeling.
Een aggregaat moet daarom niet alleen voldoende totaalvermogen hebben. Het moet de verwachte belastingstappen kunnen opvangen zonder dat spanning en frequentie buiten de toelaatbare waarden komen.
Dit is een belangrijke reden om de aggregaat met gespecialiseerde dimensioneringsgegevens te selecteren in plaats van uitsluitend op een globale vermogenssom. voordat de stroom uitvalt
Een noodstroomvoorziening die jarenlang niet wordt gebruikt, geeft geen zekerheid dat zij op het noodzakelijke moment correct functioneert.
Proefdraaien zonder belasting
Een periodieke proefstart controleert onder andere:
- Of de motor start;
- Of de startaccu voldoende capaciteit heeft;
- Of brandstof wordt aangevoerd;
- Of motorwaarschuwingen ontstaan;
- Of spanning en frequentie worden opgebouwd.
Hiermee wordt nog niet getest of het systeem de werkelijke bedrijfsbelasting kan voeden.
Testen met belasting
Bij een belastingtest wordt gecontroleerd of:
- De omschakelinrichting functioneert;
- Belangrijke gebruikers opnieuw starten;
- Grote motoren kunnen aanlopen;
- Spanning en frequentie stabiel blijven;
- De belasting gelijkmatig over de fasen is verdeeld;
- Loadmanagement correct werkt;
- Het aggregaat langere tijd belast kan draaien.
Generatorfabrikanten benadrukken dat preventief onderhoud en periodiek testen essentieel zijn voor een betrouwbare start. Alleen onbelast laten draaien controleert niet of het complete noodstroomsysteem tijdens een echte storing het vereiste vermogen kan leveren.
De juiste testfrequentie wordt afgestemd op:
- Type aggregaat;
- Voorschriften van de fabrikant;
- Bedrijfsrisico;
- Gebruiksomstandigheden;
- Automatiseringsniveau;
- Onderhoudscontract.
Leg testmomenten en bevindingen vast. Hierdoor worden terugkerende afwijkingen eerder zichtbaar.
Onderhoud van zelfstandige aggregaten
Een noodstroomaggregaat maakt vaak weinig draaiuren, maar staat wel continu gereed. Juist stilstand kan problemen veroorzaken.
Afhankelijk van het type systeem controleren we onder andere:
- Motorolie;
- Koelvloeistof;
- Brandstof en brandstoffilters;
- Luchtfilter;
- Startaccu;
- Acculader;
- Riemen en slangen;
- Lekkages;
- Uitlaatsysteem;
- Motorverwarming;
- Besturing en storingsmeldingen;
- Generatorbeveiliging;
- Automatische omschakelinrichting;
- Noodstop;
- Ventilatieopeningen.
Onderhoud moet worden uitgevoerd volgens het schema van de fabrikant. In stoffige of zware omstandigheden kan vaker onderhoud nodig zijn.
Ook een aftakasaggregaat moet periodiek worden gecontroleerd.
Aandachtspunten zijn onder andere:
- Olie van de overbrenging;
- Aftakas en beschermkappen;
- Lagers;
- Aansluitkabel en stekkers;
- Aggregaatbeveiliging;
- Volt- en frequentiemeter;
- Bevestigingen en onderstel;
- Werking van de omschakelaar;
- Aanwezigheid van de bedieningsinstructie.
Voer een volledige proef uit met dezelfde tractor en kabels die tijdens een echte stroomstoring worden gebruikt.
Een duidelijk noodstroomprotocol
Tijdens een storing moet snel duidelijk zijn wat er moet gebeuren. Daarom adviseren wij een eenvoudige instructie op of bij de omschakelkast te plaatsen.
Een protocol kan bevatten:
- Wie wordt gebeld bij stroomuitval;
- Waar de aggregaat en de aansluitkabel staan;
- Welke tractor moet worden gebruikt;
- Hoe de netvoeding veilig wordt afgeschakeld;
- Hoe de aggregaat wordt gestart;
- Welke spanning en frequentie correct zijn;
- Welke apparaten eerst worden ingeschakeld;
- Welke zware gebruikers uit moeten blijven;
- Hoe de belasting wordt gecontroleerd;
- Hoe wordt teruggeschakeld wanneer het net herstelt;
- Wie technische ondersteuning kan bieden.
Oefen met meerdere personen
Zorg dat niet slechts één persoon weet hoe de noodstroomvoorziening werkt.
Dit is vooral belangrijk wanneer:
- De eigenaar niet altijd aanwezig is;
- Meerdere medewerkers op het bedrijf werken;
- Een gezinslid tijdens een storing moet kunnen handelen;
- Het systeem handmatig wordt bediend.
Noodstroom bij nieuwbouw en verbouw
Nieuwbouw
Bij nieuwbouw kunnen de noodstroombelastingen vanaf het begin logisch worden verdeeld.
We denken mee over:
- Positie van hoofd- en noodstroomverdeler;
- Kritische groepen;
- Kabelroutes;
- Plaats van het aggregaat;
- Brandstofvoorziening;
- Automatische omschakeling;
- Loadmanagement;
- Voorbereiding voor energieopslag;
- Toekomstige uitbreiding.
Verbouw en uitbreiding
Bij uitbreiding met melkrobots, ventilatoren of andere apparatuur moet worden gecontroleerd of de bestaande noodstroomvoorziening nog voldoende capaciteit heeft.
Een bestaand aggregaat kan na uitbreiding tekortschieten door:
- Meer continu vermogen;
- Zwaardere motorstarts;
- Extra elektrische boilers;
- Meer ventilatoren;
- Uitbreiding van melkkoeling;
- Gewijzigde startvolgorde;
- Onvoldoende capaciteit van omschakelaar of kabels.
Zo werken wij
1. Inventarisatie van kritische processen
We bespreken welke installaties tijdens een storing moeten blijven functioneren en hoe lang een onderbreking acceptabel is.
2. Opname van de elektrische installatie
We bekijken hoofdzekeringen, verdeelkasten, motoren, grote verbruikers en bestaande aansluitingen.
3. Opstellen van het belastingprofiel
We bepalen:
- Continu vermogen;
- Grootste motorstarts;
- Gelijktijdige belasting;
- Gewenste startvolgorde;
- Mogelijke lastafschakeling;
- Toekomstige uitbreiding.
4. Keuze van het systeem
We vergelijken afhankelijk van de situatie:
- Aftakasaggregaat;
- Handmatig zelfstandig aggregaat;
- Automatisch zelfstandig aggregaat;
- Volledige bedrijfsvoeding;
- Afzonderlijke noodstroomgroepen;
- Combinatie met UPS of energieopslag.
5. Ontwerp en offerte
U ontvangt een voorstel voor aggregaat, omschakeling, verdeelinrichting, aansluiting en eventuele aanvullende voorzieningen.
6. Levering en montage
Wij verzorgen de opbouw, kabels, beveiligingen, omschakelkast en koppeling met de bestaande installatie.
7. Inbedrijfstelling en belastingtest
We testen de omschakeling, spanning, frequentie, fasevolgorde en het starten van belangrijke installaties.
8. Instructie
U krijgt uitleg over bediening, controlepunten en de procedure bij stroomuitval.
9. Onderhoud en service
Ook na oplevering blijven wij beschikbaar voor periodieke tests, onderhoud, uitbreiding en storingen.
Service en storingen
Een storing aan een noodstroomvoorziening wordt vaak pas zichtbaar wanneer het openbare net al is uitgevallen. Periodiek onderhoud en testen verkleinen dat risico, maar technische problemen kunnen nooit volledig worden uitgesloten.
Van Winkoop & Zn. helpt onder andere bij:
- Aggregaat start niet;
- Startaccu is leeg;
- Aggregaat levert geen spanning;
- Spanning of frequentie blijft instabiel;
- Omschakelaar schakelt niet;
- Motoren starten niet op noodstroom;
- Beveiliging schakelt uit;
- Brandstofproblemen;
- Storing in besturing of signalering;
- Verkeerde fasevolgorde;
- Overbelasting.
Urgente storing?
Bel 085-060 3882
Onze storingsdienst is 24 uur per dag en 7 dagen per week bereikbaar voor urgente storingen.
Voor advies, offertes en gepland onderhoud gelden de reguliere openingstijden.
Waarom Van Winkoop & Zn.
✔ Gespecialiseerd in agrarische bedrijven
✔ Berekening op basis van werkelijke belasting
✔ Aftakas en zelfstandige aggregaten
✔ Complete elektrische aansluiting
✔ Opbouw naar klantspecificatie
✔ Testen en instructie
✔ Eén aanspreekpunt
✔ 24/7 storingsdienst
Blijft uw bedrijf functioneren bij stroomuitval?
Weet u welke installaties bij een stroomstoring moeten blijven draaien? Is de bestaande aggregaat nog groot genoeg na eerdere uitbreidingen? Of wilt u automatische noodstroom realiseren?
Van Winkoop & Zn. beoordeelt de complete situatie:
- Kritische bedrijfsprocessen;
- Continu vermogen;
- Motorstarts;
- Startvolgorde;
- Aggregaatkeuze;
- Tractorvermogen;
- Omschakeling;
- Brandstofduur;
- Elektrische aansluiting;
- Onderhoud en testen.
Vervolgens leveren en installeren wij een noodstroomvoorziening die aansluit bij uw bedrijf en de gevolgen van netuitval zo veel mogelijk beperkt.
Urgente storing? Bel direct. Onze storingsdienst is 24/7 bereikbaar.
Adres
Jacob Catsstraat 31
3881 XL Putten
Openingstijden
Ma - Za: 7.30 - 19.30 uur
Zon en feestdagen: Gesloten
Sociale media